Overlijden

Wanneer iemand overlijdt, wacht de nabestaanden een moeilijke tijd waarin veel geregeld moet worden. Zo ook wat betreft de huurovereenkomst van de overledene. In beginsel eindigt de huurovereenkomst als de huurder overlijdt. Het maakt echter een groot verschil of de huurder alleen woonde of samen met een medehuurder. Welke regels per situatie van toepassing zijn, leest u hier.

Om u zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn, is het sowieso verstandig om in deze situatie zo snel mogelijk contact met ons op te nemen. Dit kan via info@casade.nl of via ons gratis klantennummer 0800 55 222 22. Voor huuropzegging bij overlijden hebben wij een overlijdensakte nodig.  Als u ervoor zorgt dat u deze meestuurt in de mail of een kopie aan Casade kunt overhandigen, dan kunnen wij u snel helpen.

Bij een alleenwonende huurder eindigt de huurovereenkomst

Woonde de huurder alleen en zijn er dus geen personen die de huurovereenkomst kunnen voortzetten? Dan eindigt de huurovereenkomst automatisch aan het einde van de tweede kalendermaand na het overlijden. Bijvoorbeeld: de huurder overlijdt op 9 maart, dan eindigt de huurovereenkomst op 31 mei. Zijn er erfgenamen, dan mogen zij volgens de wet de huurovereenkomst aan het einde van de eerste maand na het overlijden van de huurder opzeggen. In het voorbeeld is dat vóór 30 april. Het huurrecht kan niet worden geërfd door de erfgenamen. Het is dus niet mogelijk dat nabestaanden de huur voorzetten.

Als er een medehuurder is, dan wordt de huurovereenkomst op zijn of haar naam overgezet

Bij het overlijden van de huurder wordt de bestaande huurovereenkomst, met alle daaruit voortvloeiende rechten en plichten, overgezet op naam van de medehuurder. U kunt dit niet zelf doen in Mijn Casade. U kunt dit doorgeven via het contactformulier met een kopie van de overlijdensakte als bijlage of persoonlijk in het woonpunt.

Kinderen kunnen nog zes maanden in de woning blijven wonen

Kinderen die in een woning wonen waarvan de huurder is overleden, zijn in het algemeen geen medehuurder. Blijft een kind door het overlijden van (een van) beide ouders alleen achter, dan mag het gedurende 6 maanden na het overlijden in de woning blijven wonen. Na deze periode heeft het kind officieel geen recht om in de woning achter te blijven. Indien het een minderjarig kind betreft, dan zullen familie of overheidsinstanties zich uiteraard over het kind ontfermen, zodat het kind een veilig dak boven het hoofd behoudt. Betreft het een volwassen kind, dan kan hij of zij in de woning blijven wonen, als hij of zij medehuurder was. In de overige gevallen moet de bewoner een ander onderkomen zoeken.

Een inwoner kan nog zes maanden in de woning blijven wonen

Woonde de overledene samen met een inwoner, dan is voortzetting van de huurovereenkomst voor deze inwoner geen vanzelfsprekende zaak. Hij of zij kan nog zes maanden na het overlijden van de huurder in de woning blijven wonen. In deze periode komen alle huurdersverplichtingen, zoals het betalen van de huur en de zorg voor het onderhoud, voor inwoners rekening. Wil de inwoner ook na deze periode van zes maanden de huur voortzetten, dan moet er toestemming aan Casade  worden gevraagd. Als dit wordt geweigerd, dan kan de inwoner binnen deze periode om een uitspraak van de kantonrechter verzoeken. Als deze weigert dan is de inwoner verplicht om de bestaande huurovereenkomst af te wikkelen alsof hij of zij zelf huurder was. De woning moet dus leeg, ontruimd en in een goede staat worden opgeleverd, met achterlating van alle sleutels. Ook is de inwoner huur verschuldigd over de periode na het overlijden van de huurder. Voor huurschulden van de overledene is hij of zij echter niet aansprakelijk. Deze zijn voor rekening van de erfgenamen, voor zover deze de erfenis niet hebben verworpen. Als Casade akkoord gaat met een voortzetting van de bewoning, krijgt de betreffende inwoner een nieuwe huurovereenkomst aangeboden.