Hoop

Het zou zomaar kunnen dat u dit jaar wat minder hebt meegekregen van Prinsjesdag dan andere jaren. Er viel deze keer namelijk niet veel te zien. Geen uitbundige hoedjes, geen koets, geen fanfares, geen erewacht. Zelfs geen Ridderzaal. Alleen een koning op een troon die naar een kerk was gesleept. En die koning hield een verhaal. Voor de fijnproevers zeker boeiend, voor de argeloze luisteraar tamelijk slaapverwekkend. Ik laat graag in het midden tot welke categorie ik zelf behoor.
Nee, qua opsmuk viel er deze keer de derde dinsdag van september weinig te genieten. Zelfs ik vond het maar een kale bedoening. Allemaal logisch en terecht in deze tijd natuurlijk, maar toch een beetje jammer.

Nou gaat het natuurlijk niet om de opsmuk, maar om de inhoud. En zo bekeken viel er juist wél veel te genieten. Om te beginnen zijn er de dappere keuzes die de regering maakt om de economische crisis het hoofd te bieden: geen snoeihard bezuinigingspakket deze keer, maar juist een investering van vele miljarden in de samenleving. Miljarden die bedoeld zijn om mensen aan het werk te houden of snel weer aan het werk te krijgen, om te voorkomen dat al te veel bedrijven op de fles gaan en om een sociaal vangnet voor iedereen te bieden. Vriend en vijand spreken hier terecht hun waardering voor uit.

Zeker, het helpt dat geld lenen tegenwoordig geen geld meer kost, ook niet voor de overheid. Dus die staatsschuld mag best een flink stuk oplopen. Vanzelfsprekend zullen we in de toekomst moeten kijken hoe we met die hogere schuld omgaan en zal daar best nog een stevig debat over gevoerd worden. Maar nu is er geen aarzeling: de regering pompt heel veel geld in de samenleving om de harde klappen die de coronapandemie uitdeelt, zo veel mogelijk op te vangen. Hulde! Ik zou willen dat eerdere regeringen bij eerdere crises ook zo verstandig waren geweest.

Ook meer specifiek op het terrein van de volkshuisvesting was er goed nieuws. Heel voorzichtig nog, maar toch. Jarenlang hebben we van toenmalig verantwoordelijk minister Blok gehoord dat er veel te veel sociale huurwoningen zijn in Nederland, dat de huren flink omhoog mogen en dat de woningcorporaties geld zat hebben en daarom 10-15% van hun huurinkomsten in de kas van het Rijk moeten storten (de zogeheten verhuurderheffing).

Lange tijd liet de huidige minister Ollongren in het midden wat zij hier nou eigenlijk van vond. Maar nu eindelijk lijkt er een draai gemaakt te worden. De regering heeft uitgesproken er wat aan te willen doen dat voor sommige mensen en in sommige sectoren de huren (veel) te hoog zijn. En dat er meer woningen bij moeten komen, ook in het sociale segment. En dat de verhuurderheffing wel wat omlaag mag.

Ben voorzichtig, reken je niet rijk, het is nog maar een beginnetje. Reken er vooral niet op dat iedereen nu lagere huren gaat krijgen en veel sneller een huis. Dat gaat echt niet gebeuren. De pijlen zullen gericht worden op de plekken waar de nood het hoogst is. Denk bijvoorbeeld aan mensen die met een erg laag inkomen in een relatief dure sociale huurwoning wonen. En aan de huren in de vrije-sector, die in sommige regio’s de pan uit rijzen. En aan korting op de verhuurderheffing als voor dat geld extra investeringen in nieuwbouw worden gedaan.

Waarschijnlijk zal het u en ook mij niet ver genoeg en niet snel genoeg gaan. Maar hoe dan ook is dit een trendbreuk. Een breuk met een verleden waarin de volkshuisvesting vooral als een markt werd gezien. Het lijkt erop dat we die fase langzaamaan achter ons gaan laten. Dat  is een beweging die smaakt naar méér. Ik hoop van harte dat alle partijen die na de verkiezingen van maart 2021 een nieuw regeerakkoord gaan sluiten, deze beweging met kracht voort zullen zetten. En ik hoop ook dat minister Ollongren daar niet op gaat wachten, en zelf alvast flinke stappen gaat maken.

Het zijn moeilijke tijden, maar er is ook veel hoop!


Roel van Gurp
Bestuurder Casade